Wandelroutes in de Belgische Ardennen
De Belgische Ardennen strekken zich uit over de provincies Namen, Luik en Luxemburg, en een stukje van de provincie Henegouwen. Hier vind je dus volop mogelijkheden om te wandelen! In het bos, door de velden of de stad, langs het water of over rotsachtige bergkammen… Er is voor iedereen een wandeling!
Historish centrum (2/2): In de buurt van de kathedraal





Deze route neemt u mee langs vier van de zeven voormalige kapittelkerken van Luik, waaronder de Cathédrale Saint-Paul (Sint-Pauluskathedraal) en de Collégiale Saint-Jacques (Sint-Jacobskapittelkerk). Vooral de Collégiale Saint-Jacques (Sint-Jacobskapittelkerk), een pareltje van de gotische architectuur, is zeker een bezoek waard. U trekt ook langs enkele belangrijke culturele trekpleisters die onlangs gerenoveerd en gerestaureerd zijn: de Université, de Émulation, de Opera, het Forum, La Grand Poste en La Cité Miroir. Nadat u langs de uitgaanswijk van Luik, de beroemde Carré (Vierkant) met zijn talrijke bars, getrokken bent, komt u uiteindelijk terecht in het commerciële hart van de stad: de winkelbuurt tussen de straten Pont-d’Île, Vinâve-d’Île en Passage Lemonnier.
Signalétique (NL)
Geen enkele bewegwijzering

IGN Kaart

Luchtfoto’s / IGN

Hellingkaart (IGN Kaart)

Kaart 1950 / IGN

Stafkaart (1820-1866)

Open Street Map

La Cathédrale Saint-Paul
Onder het episcopaat van prins-bisschop Ebrachar werd aan het eind van de 10e eeuw de Sint-Pauluskerk opgericht. Na de verwoesting werd de kerk vanaf de 13e eeuw herbouwd in de gotische stijl. Aan het eind van de 14e eeuw werd bijna de hele kerk herbouwd, met uitzondering van de kloostergang, die pas in de 15e en 16e eeuw werd toegevoegd, en de toren. Die toren, waarvan de bouw aan het eind van de 14e eeuw begon, was bij het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 nog steeds niet voltooid.
In 1803, toen van de kathedraal Notre-Dame-et-Saint-Lambert alleen nog maar een ruïne overbleef, werd de Sint-Pauluskerk verheven tot een kathedraal, in overeenstemming met het Concordaat van 1801. Kort na deze gebeurtenis werd ook de klokkentoren voltooid. De vorm doet denken aan de toren van de verwoeste kathedraal Notre-Dame-et-Saint-Lambert. Het interieur van de kerk bevat enkele opmerkelijke kunstwerken, waaronder gebrandschilderde ramen uit de 16e eeuw en de schitterende liggende Christus van Jean Del Cour uit 1696.

Trésor de Liège (Schatkamer)
Niet alleen de kathedraal zelf is de moeite waard, ook de kloostergang verdient zeker en vast een bezoek. Behalve talrijke grafstenen, waaronder die van vroegere prins-bisschoppen, vindt u hier ook de beroemde schatkamer (Trésor de Liège). Met een collectie van ongeveer 200 werken laat dit museum bijna 1000 jaar religieuze kunst de revue passeren. Het vertelt u meer over de fascinerende geschiedenis van het vroegere prinsbisdom Luik. Van de vele tentoongestelde voorwerpen zijn de relikwie van Karel de Stoute (15e eeuw) en de buste van Sint Lambertus (16e eeuw) absoluut de moeite waard.

Église Saint-Jacques (Sint Jakobus kerk)
De benedictijnerabdij van Sint-Jacob werd gesticht in 1015. Het was een van de belangrijkste kloosters van het prinsbisdom. In 1785 was van de abdij alleen nog de kapittelkerk overgebleven. Die kerk werd vervolgens tijdens de revolutie omgebouwd tot een ... paardenstal.
Na het Concordaat van 1801 werd de kerk weer opengesteld voor de eredienst. De imposante kerk is het belangrijkste overblijfsel van de vroegere abdij. Het aangrenzende kleine park markeert het gebied dat vroeger door het klooster werd ingenomen.
Het enige overgebleven romaanse element, de 12e-eeuwse toren, is onvolledig. Vroeger flankeerden twee torens het kleine centrale deel. Die torens werden in de 17e eeuw tijdens een hevige storm beschadigd en uiteindelijk afgebroken.
Met uitzondering van de portiek uit 1558, die de invloed van de Italiaanse renaissance weerspiegelt, werd het gebouw tussen 1514 en 1538 herbouwd in de flamboyante gotische stijl. De meer dan 150 sluitstenen en talrijke beeldhouwwerken, waaronder alleen al de 24 gezichten die het middenschip sieren, illustreren prachtig de rijkdom en uitbundigheid van deze majestueuze stijl.
De Sint-Jacobskerk wordt terecht beschouwd als een van de mooiste kerken van België! Behalve architectonische pracht en verscheidenheid bezit de kerk ook opmerkelijke kunstschatten, waaronder een rijk versierd koorgestoelte uit de 14e eeuw, een prachtige Madonna uit 1523, sierlijke gebrandschilderde ramen uit de 16e eeuw, beelden van de grote barokkunstenaar Jean Del Cour uit de late 17e eeuw en een schitterende orgelkast uit 1600.

Orchestre Philarmonique Royal de Liège (OPRL)

Le Plongeur

Abbaye de Beaurepart - Évêché

Vertbois
Het huidige gebouwencomplex werd gebouwd door Jean-Ernest de Surlet-Chokier aan het begin van de 18e eeuw en bestaat uit twee vleugels die van elkaar zijn afgescheiden door een kapel. Aanvankelijk was Vertbois bestemd voor de ongeneeslijk zieken en de berouwvolle zondaressen. Na de Revolutie kregen de gebouwen verschillende bestemmingen. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog werd de linkervleugel in 1950 volledig heropgebouwd. Aan het eind van de jaren negentig zijn de gebouwen gerestaureerd om er Waalse instellingen in onder te brengen.

Théâtre de Liège (Theater van Luik)
Dit gebouw biedt vandaag onderdak aan het Theater van Luik (Théâtre de Liège) maar werd oorspronkelijk gebouwd voor de Société libre d’Émulation (het Vrije Genootschap van de Émulation). Het genootschap werd in 1779 opgericht onder de heerschappij van prins-bisschop Velbrück, vaak voorgesteld als de verlichte prins van het prinsdom Luik. Het oorspronkelijke gebouw werd in brand gestoken tijdens de tragische gebeurtenissen van de nacht van 20 augustus 1914. Het werd opnieuw opgetrokken in een neoklassieke stijl gedurende de jaren 1930. De gevel bevat tal van decoratieve elementen met bas-reliëfs die naar de kunsten verwijzen. De vermelding UTILE DULCI (het nuttige aan het aangename koppelen), de leuze van de Émulation, de wapenschilden van de stad Luik en de prins-bisschop Velbrück zijn eveneens te zien.

Université de Liège (Universiteit van Luik)
De universiteit van Luik werd in 1817 opgericht door Koning Willem I van Nederland en is het resultaat van een lange intellectuele traditie die teruggaat tot de oorsprong van het Prinsbisdom van Luik. Vanaf de jaren 1950 migreerden alle faculteiten geleidelijk naar Sart-Tilman op de hoger gelegen wijken van Luik. Alleen de administratieve diensten, het rectoraat en de faculteit der Letteren en Wijsbegeerte bevinden zich nog in de gebouwen in het stadscentrum. Place du 20-Août, de hoofdingang van de universiteit, werd gebouwd aan het einde van 19e eeuw. Boven de ingang staan vier standbeelden die de wijsbegeerte, het recht, de wiskunde en de geneeskunde symboliseren. Daarnaast vormen de twee standbeelden in de nissen een allegorie voor de kunsten enerzijds en het onderzoek anderzijds.

La Grand Poste
La Grand Poste, gebouwd in 1901 als postkantoor, werd volgens de plannen van architect Edmond Jamar in neogotische stijl ontworpen. Voor de buitenkant van het gebouw inspireerde de architect zich op de eerste binnenplaats van het prins-bisschoppelijk paleis. De gevels zijn voorzien van vele decoratieve elementen. De zes grote standbeelden stellen burgemeesters uit respectievelijk de 15e en de 16e eeuw voor, en de negen kleinere beelden postbodes uit dezelfde periode. Het gebouw is tevens versierd met talrijke wapenschilden, waarvan er verscheidene verwijzen naar vroegere territoria van het Luikse prinsbisdom. La Grand Poste is nu volledig gerenoveerd en biedt onderdak aan een coworking space, een brasserie en een food market.

Collégiale Saint-Denis (Sint-Deniskapittelkerk)
Deze kapittelkerk werd gesticht in 987, onder het bewind van prins-bisschop Notger. Na een door bliksem veroorzaakte brand in 1003 werd de kerk in het begin van de 11e eeuw herbouwd. De toren dateert uit de 11e en het begin van de 12e eeuw. In de loop der eeuwen heeft de kerk talrijke architectonische veranderingen ondergaan. Ze bestaat nu uit een romaanse toren en schip, een gotisch koor en interieurs in barok- en rococostijl. De kerk herbergt een aantal opmerkelijke kunstwerken, waaronder een laat 16e-eeuwse orgelkast en een altaarstuk dat de Passie van Christus en het leven van de heilige Denis uitbeeldt. Het schilderij is een echt juweel uit de eerste helft van de 16e eeuw en illustreert de overgang van gotiek naar renaissance

Grétry
Het standbeeld van André Grétry is een bronzen werk van Guillaume Geefs dat oorspronkelijk in 1842 op de Place du 20-Août werd gezet. Pas een twintigtal jaar kwam het beeld bij de Koninklijke Schouwburg terecht. Hoewel het lichaam van de componist in Parijs op het kerkhof van Père-Lachaise rust, bevindt zijn hart zich in de sokkel van het standbeeld. Hoewel de naam Grétry tegenwoordig minder bekend is, was hij destijds een trendy componist.

Théâtre Royal - Opéra Royal de Wallonie (Koninklijke Schouwburg en Koninklijke Opera van Wallonië)
Voorafgaand aan de bouw van de Koninklijke Schouwburg, in de periode tussen 1818 en 1820, bevond zich op deze plaats het oude dominicanenklooster. Bij de bouw van het theater werden de zuilen van de oude kartuizerkerk opnieuw gebruikt en op de gevel van het gebouw geplaatst. In 1930 werd ter gelegenheid van de internationale tentoonstelling van Luik een fronton op de gevel toegevoegd. Dat fronton, van de hand van Oscar Berchmans, toont de kunstgoden uit de oudheid: Apollo, Athena en Aphrodite. Vandaag huisvest het gebouw de Koninklijke Opera van Wallonië. Van 2009 tot 2012 werd het zowel aan de binnen- als de buitenkant gerenoveerd. Het moderne gedeelte werd tijdens deze renovatie toegevoegd.

Cinéma Sauvenière (Bioscoop)
De bioscoop Sauvenière is een opmerkelijk hedendaags gebouw met vier bioscoopzalen, een brasserie en tentoonstellingsruimtes. Het gebouw werd gebouwd in 2008 en won sindsdien al vier architectuurprijzen, waaronder de Prijs voor Stedenbouwkunde van de stad Luik (2009) en de Belgische prijs voor de architectuur (2009). Het staat ook op de lijst van de 40 markante gebouwen van de Belgische architectuur in de 21e eeuw. De bioscoop biedt een gevarieerd programma aan met veel films in originele versie.

Cité-Miroir
De baden en thermen van La Sauvenière
Het gebouw van de baden en thermen van La Sauvenière werd vanaf 1938 opgetrokken in een modernistische stijl. Het werd in 1942, tijdens de Duitse bezetting, ingewijd. Het is met name bekend om zijn zwembaden maar in dit grote complex vindt u ook sportzalen, douches en een bushalte op het gelijkvloers. Het gebouw bleef tot het jaar 2000 in gebruik en werd tussen 2009 en 2013 gerenoveerd.Het resultaat was de Cité Miroir. Door van het gebouw een tentoonstellingsruimte te maken, zijn heel wat iconische ruimtes bewaard gebleven, waaronder de grote hal van iets minder dan 80 meter lang aan de twee grote zwembaden.
La Cité Miroir
De Cité Miroir werd in 2014 ingewijd. U kunt er een bezoek brengen aan twee vaste tentoonstellingen die vragen oproepen en tot nadenken stemmen. De eerste tentoonstelling, Plus jamais ça!, gaat over de nazideportaties. De tweede tentoonstelling, En Lutte, vertelt u meer over de emancipatiestrijd van de arbeiders. Er worden regelmatig grote tentoonstellingen, debatten en voorstellingen georganiseerd. De Cité Miroir is dan ook een plek waar mensen kunnen nadenken en van gedachten kunnen wisselen.

Collégiale Saint-Jean-l'Évangéliste
De kapittelkerk werd rond 980 gesticht door Notger, de eerste prins-bisschop van Luik, die er later ook begraven werd. Het grondplan van de kerk was geïnspireerd op de Paltskapel van Karel de Grote, vandaag bekend als de kathedraal van Aken. Het oorspronkelijke gebouw werd in 1754 afgebroken en vervangen door de huidige kerk. De toren en sommige delen van de kloostergang bleven echter staan en zijn ouder. In de toren, in romaanse stijl, hangt een klokkenspel met 35 klokken. De kloostergang combineert verschillende bouwstijlen uit de 16e, 18e en 19e eeuw. Er zijn hier veel oude grafstenen te zien, waarvan sommige uit de 15e eeuw dateren. De precieze plaats van Notgers graftombe is echter nog steeds onbekend. Binnen in de kerk zijn de Maagd en het Kind (Sedes Sapientiae) en de kruisweg fraaie voorbeelden van 13e eeuws beeldhouwwerk.

Le Carré (Het Vierkant)
In deze oude stadsbuurt vinden we op het nummer 10 in de rue d’Amay een luxueuze patriciërswoning uit het begin van de 16e eeuw, die Seigneur d’Amay werd genoemd. Le Carré is vandaag bekend om zijn nachtleven. Sinds enkele jaren is de scheiding tussen dag en nacht steeds duidelijker in deze buurt. Als we vertrekken vanaf de Boulevard de la Sauvenière zien we het nachtleven met de bars, terwijl we dichter bij de kathedraal talrijke boetieks vinden.

Forum
Het Forum is een spektakelzaal die werd gebouwd in 1922. Alleen al vanwege zijn architecturale art-decostijl is het een bezoek waard. Binnen zijn de muren en plafonds versierd met beschilderd pleisterwerk. Ze combineren klassieke ornamenten zoals figuratieve taferelen, geometrische en florale tekeningen, allemaal in art-decostijl. Sinds de opening van de zaal delen zangers, acteurs en humoristen de planken om de toeschouwers te vermaken.

Cinéma Churchill (Bioscoop)
Voordien huisvestte deze zaal de brasserie du Forum, maar in 1947 werd de zaal omgevormd tot een bioscoop en kreeg ze de naam Churchill. De gevel springt meteen in het oog door het prachtige glas-in-loodraam en de gecementeerde bloemmotieven. Het geheel is eens te meer een mooi voorbeeld van de art-decostijl. Als we verder stappen naar het volgende punt, zien we twee ornamenten die de gevels verfraaien. Het eerste, op nummer 22, in de straat Rue du Pot-d’Or, schonk de straat haar naam. Het tweede vinden we op nummer 14 van de straat Rue Pont-d’Île, waarop we de tekst AU CIGNE 1690 kunnen lezen.

Rues Pont-d'Île et Vinâve-d'Île
Eeuwenlang vormde de wijk rond de Sint-Pauluskerk een eiland, gescheiden van de rest van de stad door twee waterlopen, de Avroy en de Sauvenière. Beide armen van de Maas werden in de 19e eeuw drooggelegd en geleidelijk omgevormd tot een boulevard. Verschillende straatnamen getuigen nog van dit verleden. De naam Vinâve-d’Île verwijst bijvoorbeeld naar de hoofdader van de ‘eilandenwijk’ in die tijd. Pont-d’Île verwijst dan weer naar de brug die dit eiland met de rest van het stadscentrum verbond. Samen met de omliggende straten vormen de Rue Pont-d’Île en de Rue Vinâve-d’Île de belangrijkste handelspool van de oude stad.

Passage Lemonnier
Deze galerij van de hand van de architect Louis-Désiré Lemonnier werd gebouwd in 1839. Ze draagt de naam van de meester en is met haar 160 meter lang en 4 meter breed de eerste grote overdekte galerij in België. Ze huisvest ongeveer vijftig boetieks over drie verdiepingen. In 1937 werd ze door architect Henri Snyers gerenoveerd in de art-decostijl. Op de rotonde houden twee goden uit de oudheid de wacht: Athena en Hermes. Niet veel verder, in de straat Rue Lulay-des-Fèbres, valt de toneelzaal Le Trocadéro meteen op door zijn art-decostijl. Zoals de gevel doet vermoeden, is Le Trocadéro het meest Parijse cabaret van Luik.

Fontaine de la Vierge (Fontein van de Maagd)
Deze fontein wordt veel vaker fontaine aux lions genoemd en bevond zich niet altijd op deze plaats. Ze werd eerst vervaardigd in marmer, opgericht aan het einde van de 17e eeuw op wat nu het plein place de la Cathédrale is en daarna geplaatst op Vierge à l’Enfant, een standbeeld uit 1696 van de hand van Jean Del Cour. In 1854 werd de fontein heropgebouwd op haar huidige plaats door de Luikse architect Julien-Étienne Rémont, die klein graniet verkoos boven marmer.